Planning voor 2008
Liefdefjord
| Tocht |
Periode |
Prijs (Nok) |
Opmerking |
| V |
28 juni -11 juli |
25200 Nok |
|
| VII |
17 - 30 augustus |
25200 Nok |
|
 Dag 1: Vanuit Longyearbyen zeilen we naar Trygghamna een baai aan de ingang van de grote Isfjord. Trygghamna betekent veilige haven, er zijn goede mogelijkheden om aan de wal te gaan lopen. Er zijn ook overblijfselen van vangsthutten (hutten van pelsjagers) te vinden. Er gaat altijd een bemanningslid mee aan land, ijsberen zwerven overal en dus ook hier moeten we daar rekening mee houden.
Dag 2: Misschien eerst een ochtendwandeling voor we naar het noorden gaan. Eerst nog
een stukje west en dan bij Daudmannsodden de Forlandsundet in. Dicht langs
Poolepynten om te zien of er walrussen op de kant liggen. Zo niet dan varen we door, Poolepynten is een vrij troosteloze kaap. Op de uitreis willen we mijlen maken om later
meer tijd te hebben. We stoppen bij Selvagen of Murraypynten om de benen te strekken.
Net boven Sarstangen is Richardslagune, misschien liggen de walrussen hier. Dan gaan
we aan de wal om ze beter te bestuderen. Met hun zware lijven liggen ze dicht opeen
gepakt te ruften en boeren. De slagtanden steken alle kanten op.
 Dag 3: Magdalena baai is een prachtige, al sinds de walvisvaart
veel gebruikte baai. De fjord heeft steile wanden met scherp
gekante bergtoppen. Aan het eind
van de fjord stroomt een
gletsjer zo de zee in. We proberen dichtbij de steile gletsjerwand
te komen. Ankeren kunnen we achter een tang, een landtong die
de zuidelijk helft van de fjord afsluit. Aan het eind van
de landtong
zijn de overblijfselen van Engelse graven
te vinden. De walvisvaart
was kennelijk geen beroep
om oud mee te worden. Er is een hut
van de Sysselmannen die alleen in de zomer
gebruikt wordt.
Dag 4: Na een "nacht", misschien ben je nu gewend aan de 24
uren daglicht (?), en misschien nog wat tijd aan de wal, is het
een kort stuk naar Sørgattet. Als het even kan stoppen we bij
een prachtige hut die nog in goede staat is. De omgeving is net een openluchtmuseum
met allerlei gebruiksvoorwerpen uit de vangsttijd. Zelfs een minihelling
om de sloepen
op de kant te trekken.
 Dag 5: Smeerenburg is natuurlijk een must voor Nederlanders om te bezoeken. Er zijn nog steeds overblijfselen uit de 16e
eeuw te zien. Midden op de vlakte liggen de graven van de tweede groep overwinteraars die allen aan de scheurbuik overleden. Sommige pasten niet eens in een normale kist. Toen ze gevonden werden lagen ze in allerlei houdingen. We kunnen op zoek naar de scurvy gras (lepelblad) velden. De eerste overwinteraars hadden voor de winter een grote voorraad gedroogd, dat is hun redding geweest.
Dag 6: Als het weer goed is gaan we in één keer naar de Liefdefjord. Ver in de fjord liggen
wat eilandjes, daar hebben we de grootste kans om ijsberen te vinden. In de fjord zijn verschillende goede ankerplaatsen. Hornbaekpollen is er één van, met dicht bij de
Texasbar hut. Daar hebben we wat pijnlijke herinneringen aan, die skua's vallen aan op
je schedel als je bij de nesten komt. Aan het eind van de fjord ligt de Monacobreen. Een
actieve gletsjer waar veel ijs van afkalft. De gletsjerfront is 5 km breed en het hoogste pun
t van de gletsjer is 22 km ver.
 Dag 7: In Hornbaekpollen is een prachtige vogelberg
met Drieteenmeeuwen en Alkjes. Met een beetje
geluk hebben zien we wel een vosje onder de berg scharrelen. We blijven in de Liefdefjord, die groter is
dan het IJsselmeer. We kunnen nogmaals op zoek
naar ijsberen of een lange looptocht maken. Aan het
eind van de dag gaan we naar Mushamna, een baai
vlak bij een vangsthut die nog in gebruik is. Afhankelijk
van de vangstman(nen) kunnen we de hut bezoeken.
Maar ook zonder een bezoek aan de hut is het een ervaring. Aan de overkant van het
water ligt Worsleyhamna.
Dag 8: We gaan naar de Rode fjord, Raudfjord. Die splitst op en eindigt in twee gletsjers.
Het is een Alpinelandschap met goede tocht mogelijkheden. De kleur van de bergen
laat zich raden. Aan het begin van de fjord ligt een open graf met zichtbare schedel.
De wind zal bepalen of we er kunnen stoppen.
 Dag 9: Misschien langs de Zeeuwsche Uitkyk naar Virgohamna. De Zeeuwsche Uitkyk spreekt voor zich. Virgohamna is de plaats vanwaar verschillende ballonvaarders in de eerste helft van de 20 ste eeuw hebben geprobeerd de Noordpool te bereiken. Al veel eerder was het hier een drukte van belang, voor de walvisvaarders een uitstekende plek om vangst te verwerken en de traan uit te koken.
Dag 10: Een lange dag langs de kust naar Nillspollen, de baai waar wij de winter van 2002
tot 2003 doorbrachten. Voor ons een plaats met machtige herinneringen. Voor jullie, ee
n 300 meter hoge vogelberg vol met Drieteenmeeuwen, Lomvi (Zeekoeten) en Alkjes. Een goed loop gebied rond enkele meertjes en de overblijfselen van een Duits weerstation uit
de Tweede Wereldoorlog. En zicht op de machtige Lillehookgletsjer.
 Dag 11: Is voor de Kongsfjord en Ny Alesund.
Ny Alesund is de meest noordelijke wetenschapsnederzetting waar in de winter zo'n
dertig mensen blijven. In de zomer is er veel activiteit
met wetenschappers uit de hele wereld. Voorheen
was dit een mijnbouwnederzetting maar na weer een ernstig ongeluk werd de mijn gesloten. In de
Kongsfjord zijn diverse vogelreservaten maar ook
gebieden waar we dicht bij de vogels kunnen komen.
De Tre Kroner zijn drie bergpunten die uit de gletsjer steken.
Dag 12: Gaan we verder zuid door de Forlansundet, aan de oostkant kunnen we een
klein Pools wetenschapsstation bezoeken. De St. Johnsfjord in of nog een keer ons
geluk proberen bij Poolepynten. We hebben niet altijd de keus aan onszelf, ijs en wind bepalen veel van onze plannen. Zeehonden, rendieren, vosjes, als we goed opletten
kunnen we ze overal tegen komen.
 Dag 13: laatste stop voor Longyearbyen is Barentsburg, de Russische mijnbouw stad(je) aan de Groene Fjord. Dat klinkt veelbelovend maar de triestheid en armoe van de plaats met alle vervuiling van de mijnbouw maakt het een neerslachtige plaats. Het is wel de plek om een idee te krijgen van een Russische stadje in de Arctic. Heel vergelijkbaar met de steden, stadjes langs de Noordoost Passage. De zeeroute naar Azië waar het Barentsz allemaal om begonnen is.
Dag 14: Terug in Longyearbyen met hopelijk nog wat tijd om het stadje, museum etc te bezoeken. Het nieuwe museum gaat in april open. Zojuist is er een Noors schip naar Nederland geweest om museum stukken op te halen van de Nederlandse walvisvaart. Om Spitsbergen te begrijpen is een bezoek aan het museum eigenlijk een must. Maar ook de galerij met foto's van het Noorderlicht en het winterlicht. Vooral het gaan en terugkomen
van het licht rond de poolnacht kan daar ervaren worden.
|